16.december.2019

Van war for talent terug naar war for jobs?

De neerwaartse risico’s voor de economie zijn de afgelopen maanden verder toegenomen: internationale conjunctuurvertraging, handelsconflicten, protectionistische maatregelen, de toegenomen kans op een chaotische Brexit, de politieke ontwikkelingen in Italië… Bedreigende wolken die boven onze economie hangen. Heeft dit invloed op de war for talent en waaraan moeten we ons verwachten?

De traditionele kanaries in de economische koolmijn lijken alleszins uitgeput naar adem te snakken. De staalsector gaat door een moeilijke periode: Tata Steel kondigde een tijdje geleden een flinke bezuinigingsoperatie aan, ArcelorMittal en ThyssenKrupp gaan zwaar bezuinigen om de verliezen terug te dringen. Ten dele heeft dit te maken met de malaise in de automobielindustrie, een tweede traditionele kanarie. Audi zal alleen in Duitsland tegen 2025 bruto met 9.500 werknemers gaan afbouwen. Wat kanarie nummer drie betreft, de uitzendsector, leert de Federgon-index ons dat er al meer dan een jaar een dalende trend te zien is.

Bedrijven bekijken de situatie op twee manieren: van een graad van onzekerheid tot pessimisme bij de opmaak van het budget voor 2020, tot hoop voor wat  het aantrekken van talent betreft. Wellicht zal de verwachte economische afkoeling voor lucht gaan zorgen op de arbeidsmarkt? Zullen de profetische woorden van een Nederlandse wijsgeer nog maar eens bevestigd worden dat “elk nadeel z’n voordeel hep”? Is die hoop gerechtigd? Zullen we echt makkelijker goede mensen gaan vinden? En in welke mate zal het voelbaar zijn? Exacte cijfermatige prognoses zijn moeilijk te maken. De toekomst betrouwbaar voorspellen is immers niet zo evident. Indien je een aantal zaken samenpuzzelt, kom je echter tot een richtinggevend antwoord. En hoe gek het ook mag klinken, dat antwoord is niet zo bemoedigend als sommigen zouden denken.

De globale teneur bij de arbeidsmarktspecialisten is, dat een dalende economie relatief weinig invloed zal hebben op de war for talent. Hoe komt dat?

Zelfs in economisch moeilijkere tijden durft België tegen de stroom inroeien. Doordat vooral de bedrijfssluitingen en -afslankingen in economisch mindere tijden de pers halen, heerst er wel eens een gevoel dat er veel jobs verloren gaan. Ergens klopt dat dan ook, maar door het feit dat België bij uitstek een land van kleine KMO’s is, worden er parallel ook zeer veel (soms zelfs een stuk meer) jobs gecreëerd. In de vorige crisisperiode kwamen er bijvoorbeeld netto meer jobs bij dan er verloren gingen! En dat gold niet enkel voor het welstellende Vlaanderen.

Voor de komende economische dip verwachten arbeidsmarktexperten dat dit opnieuw zo zal zijn. Volgens het federaal planbureau zou de toename in de binnenlandse werkgelegenheid in 2020 teruglopen tot 37 000 personen. Maar het blijft wel een toename…

Europees bekeken, was er tussen 2007 en 2012 meer jobdestructie dan jobcreatie. Maar België is door het KMO-landschap een apart verhaal.

Op het vlak van kennismedewerkers zal de netto aangroei van jobs boven gemiddeld zijn. Wanneer het economisch moeilijker wordt, zijn het immers vooral de primaire en secundaire sectoren die het moeilijk krijgen. Daar speelt het gros van het jobverlies zich af. En veel van de mensen die daar uitstromen, zijn niet (of op z’n minst moeilijk) inzetbaar in de groeiende tertiaire en quartaire sectoren. Laatstgenoemde sector zal niet minderen qua vraag. Ook in de vorige economische crisisperiode was dat absoluut niet het geval. In tegendeel zelfs, de werkgelegenheid nam er zeer sterk toe. Reden? Denk maar aan de zorgsector door de verouderende bevolking.

Wat de tertiaire sector (diensten) betreft, zal de vraag naar hoogopgeleiden worst case misschien inderdaad wat afnemen. Alhoewel… Ook tijdens de vorige crisis was er daar van jobdestructie geen sprake, hooguit een stabiliteit (zie opnieuw bovenstaande grafiek). De voornaamste reden waarom een economische afkoeling weinig invloed zal hebben op de war for talent? De vervangingsratio (het aantal gepensioneerde uitstromers ten opzichte van het aantal instromers, de jongeren die professioneel aan de slag gaan) zit nog een aantal jaren jaren op zowat 78%: voor elke gepensioneerde staan er 0.78 jongelingen klaar.

De vervangingsvraag zal door de demografische evolutie (vergrijzing) nog vele jaren zeer groot blijven. De economie moet al serieus afnemen om die discrepantie dicht te fietsen.

Last but not least (en cumulatief) is er internationaal een duidelijke trend ingezet naar meer freelance en projectwerk. Het aantal jongeren dat zich als zelfstandige registreert, neemt jaar na jaar exponentieel toe. De interesse in een vaste job bij één werkgever neemt stelselmatig af. Voor Vlaanderen gaat het bijvoorbeeld om een stijging van 22,7 % in drie jaar tijd: van 103.767 freelancers in 2015 naar 127.277 in 2018. Gemiddeld heeft op Europees niveau momenteel dik 10% van de medewerkers een zelfstandig statuut. Alles wijst erop dat hun aantal de komende jaren alleen maar verder zal toenemen. Temeer omdat ook bedrijven alsmaar meer de kaart van de projectmedewerker trekken (makkelijker te vinden, onmiddellijk inzetbare expertise, meer flexibiliteit, minder opbouw van sociaal passief enz.). Tegen 2025 zal volgens Vlerick cijfers wellicht één op de drie Amerikanen zijn eigen boontjes doppen. In de Europese Unie zou het iets minder hard gaan lopen, al zou dan ook hier zo’n 20% van de actieve bevolking als freelancer door het leven gaan.

Moraal: voor de search naar productiemedewerkers gaat de afkoelende economie wellicht wat verlichting brengen, maar wat ingenieurs en andere kennisprofielen betreft, zal het eerder het gebrek aan talent zijn dat de groei van de economie zal blijven beperken, dan omgekeerd.

Vragen over de huidige arbeidsmarkt of over het werven van talent? Contacteer ons dan vrijblijvend.

Auteur: Erik Colemonts (Partner bij Motmans & Partners)

© Motmans & Partners 2020