
De jaren van overvloed hebben de bestuurskamers beleidsmatig lui gemaakt.
Dat is de tragiek van elke lange hoogconjunctuur: ze tolereert middelmatigheid en verdooft de moed om harde keuzes te maken. Zoals Vlerick Business School onlangs ontnuchterend meedeelde, is de drang naar downsizing bij onze bedrijven plots verdrievoudigd. Wie daarin louter een tijdelijke kramp ziet, dwaalt.
We zijn getuige van een structurele omwenteling die zich nog lang zal laten voelen.
De wiskunde van de schaarste
Laten we een kat een kat noemen: meer doen met minder mensen is inmiddels een conjuncturele verplichting.
Jarenlang was extra mankracht het logische en perfect legitieme antwoord op elke organisatorische uitdaging. Groeide het bedrijf, of botsten we op limieten? Dan wierpen we er simpelweg meer volume tegenaan. Overvloed tolereert immers dat we efficiëntie afkopen met aanwervingen.
Maar de economische winter deelt geen vrijstellingen meer uit. Schaarste dwingt onverbiddelijk tot scherpte.

De commoditisering van het kunnen
Wie inzet op efficiëntie en daarbij kiest voor inkrimping, legt de ware draagkracht van het skelet van zijn organisatie bloot. Terwijl de marges verdampen, erodeert namelijk ook de waarde van louter technische vakkennis.
Econoom Daron Acemoglu beschrijft dit al langer als een structurele verschuiving: menselijke arbeid verliest waarde zodra systemen dezelfde output kunnen leveren zonder de complexiteit van menselijke tussenkomst.
Artificiële intelligentie reduceert wat gisteren nog ‘briljant werk’ heette tot banaal koopwaar: “Waarom nog investeren in mensen als het systeem sneller is, feilloos en ijskoud efficiënt? Als biologie gelijkstaat aan operationeel risico?”
Geopolitiek zorgt vervolgens voor de brute versnelling van die bold moves.
Het algoritme draagt geen kruis
En toch botst dit blinde vooruitgangsgeloof op een harde, maatschappelijke grens. Het is de ultieme, cynische paradox van ons tijdsgewricht: een algoritme berekent in een milliseconde duizend winstgevende uitkomsten, maar kan geen verantwoording afleggen. Het mist de capaciteit om context te wikken en wegen en weigert het kruis van de morele last te dragen.
Hier scheiden de wegen van de machine en de mens. Auctoritas – het ware, afdwingbare gezag – vereist een ruggengraat. Er is altijd een mens nodig om de loodzware verantwoordelijkheid van het finale oordeel te dragen, zeker wanneer de systemen zwijgen of elkaar tegenspreken.

De rol van het karakter in de AI-tijdperk organisaties
Zowel bij rekrutering als outplacement wordt een objectieve selectie daarom existentieel in tijden van inkrimping. Ze moet vaststellen hoe het gesteld is met drie onontbeerlijke fundamenten van menselijke meerwaarde en zich niet blindstaren op het nu, maar ook vooruitkijken naar plotwendingen in de toekomst.
Allereerst persoonlijkheid: de fundamentele betrouwbaarheid om onder druk consistente keuzes te maken, zélfs wanneer algoritmes zwijgen. Vervolgens leervermogen: de intellectuele wendbaarheid om in een ontwrichtende context te overleven; zonder dat vermogen stopt elk potentieel vandaag. Tot slot motivatie: geen luidruchtig enthousiasme, maar de stille drijfkracht om knopen door te hakken, ook zonder extern applaus.
Wie vandaag aan boord blijft, bepaalt wat de hele structuur morgen kan torsen. In de illusie van overvloed was een foute menselijke keuze overkomelijk; in de realiteit van schaarste kan ze fataal zijn.
Nu de mens degradeert als uitvoerder, moet hij herrijzen als bestuurder van de context en als moreel lichtbaken. De vraag in de bestuurskamer is niet langer wát we automatiseren, maar op wiens fundament we nog durven bouwen.
In tijden waarin werk vervangbaar wordt, verschuift de vraag van “wie presteert vandaag” naar “wie draagt morgen”. Selectie wordt dan geen administratieve stap, maar een strategische beslissing met structurele impact. Bij Motmans & Partners begeleiden we organisaties in precies dat moment, met een onderbouwde kijk op persoonlijkheid, leervermogen en motivatie, zodat keuzes niet alleen verdedigbaar zijn, maar ook toekomstbestendig.